Home

HBO/WO // leren in de techniek // MBO // Nieuwsbrief // Noordwest

We moeten onze studenten koesteren

Vakschool Technische Installaties Amsterdam (VTi Amsterdam) is een samenwerking tussen beroepsonderwijs, bedrijfsleven, overheid en brancheverenigingen in de Metropoolregio Amsterdam. Samen werken zij aan een goede opleiding voor de technische professional van de toekomst. Martin de Haan van VTi Amsterdam en Marc Meeder van HOMIJ Technische Installaties, één van de bedrijfspartners, vertellen over de samenwerking in en buiten coronatijd.


Fotograaf: Sander Morel

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: corona zorgt voor veel problemen maar ook voor veel creatieve oplossingen. Het “Meldpunt Werk” is zo’n creatieve oplossing. Door de huidige omstandigheden is het voor studenten soms moeilijk om een stageplek of hun leer/werkplek te bemachtigen of te behouden. Voor deze doelgroep heeft VTi Amsterdam het “Meldpunt Werk” opgericht. Martin de Haan van VTi Amsterdam licht toe. ‘Toen de intelligente lockdown van kracht werd half maart kreeg in mijn branche iedereen een flashback naar de crisis van een jaar of 10 geleden. Bedrijven namen toen afscheid van medewerkers en studenten waar ze geen werk voor hadden of die ze geen begeleiding meer konden bieden. Vooral BBL-studenten in het mbo hadden daar toen last van. In Amsterdam alleen al waren er 400 studenten minder na de crisis. Dat willen we nu absoluut voorkomen. En we keken naar een manier om onze ongeveer 70 partners te helpen. Vandaar dat we meteen in de actiestand schoten en bedrijven in ons netwerk benaderden. We drukten ze op het hart dat ze hun BBL’ers moesten vasthouden. Vaak hadden ze dit zelf ook al bedacht. Maar we kregen zeker ook reacties van bedrijven die blij waren dat we belden. In een crisis hebben sommige bedrijven toch de reflex om meteen in de overlevingsstand te schieten.’

Structurele stageplaatsen

Er zijn sowieso behoorlijk wat verschillen tussen de manier waarop de partners van VTi de coronacrisis ervaren, constateert Martin de Haan. ‘Grotere bedrijven hebben veel meer projecten onder hun hoede en kunnen daar makkelijker mee schuiven. Voor kleinere installateurs is het lastiger. Zij werken vaak voor particulieren, woningcorporaties of verzorgingstehuizen. Vooral die laatste stellen opdrachten noodgedwongen uit. Dat heeft natuurlijk een effect. Wat we met dit meldpunt willen is kijken of en waar we BBL’ers kunnen herplaatsen. Ik kan het niet genoeg benadrukken: het is ongelofelijk belangrijk dat we jongeren vasthouden voor onze branche. De ervaring uit de vorige crisis leert dat als we ze niet actief vasthouden ze op zoek gaan naar iets anders en dan verliezen we ze vaak definitief voor ons branche. Maar los van welke crisis dan ook: we zetten ons hier altijd voor in. Het “Meldpunt Werk” past binnen de programmalijn waarin we ons inzetten voor de creatie van structurele stageplaatsen, het meldpunt is daar een logisch uitvloeisel van.’

Branchebrede samenwerking

Een van de actieve bedrijven binnen VTi is HOMIJ Technische Installaties. Marc Meeder is directeur van HOMIJ Amsterdam. ‘Wij werken heel intensief samen met mbo’s en hbo’s. Die samenwerking heeft wederzijdse voordelen. Als HOMIJ en als branche hebben we studenten nodig die de toekomst mogelijk maken. Maar onderwijsinstellingen hebben ons nodig om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen in de techniek. Als een docent twee jaar niet in de praktijk werkzaam is geweest, loopt hij achter. Wij vinden het belangrijk om ons steentje bij te dragen. Dat doen we onder meer door het realiseren van stageplekken, we geven ook gastlessen en nodigen studenten en docenten uit op onze projectlocaties. Ook veel andere bedrijven pakken dat goed op, dat doen we branchebreed volgens mij heel goed. Het aantal deelnemende partijen in samenwerkingsverbanden als VTi neemt ook toe.’

Coronakansen

Het “Meldpunt Werk” is volgens Meeder een voorbeeld van de goede samenwerking binnen de branche, al staat het meldpunt nog in de kinderschoenen. ‘Het belangrijkste is dat de lijntjes kort zijn. Een platform kan helpen om elkaar te vinden en, in dit geval, oplossingen te zoeken voor studenten. Maar voor ons als HOMIJ verandert er door corona eerlijk gezegd niets fundamenteels op dit vlak. Wij hebben nog steeds hetzelfde aantal stagiairs, al doen die natuurlijk wel andere dingen. Ze gaan minder naar de bouwwerken, door vervoerbeperkingen bijvoorbeeld. Maar door creatief te zijn, kunnen we nog steeds een goede kwalitatieve stage bieden. Het is niet per se nodig om fysiek samen te komen. Digitale samenwerking geeft een extra dimensie en nieuwe mogelijkheden, ook voor onze studenten. We betrekken ze bij onze overleggen en geven ze toegang tot alle documenten in de cloud. Daarbij hebben ze dezelfde ingang en toegang als onze medewerkers. Tijdens een Microsoft Teams-overleg lopen we daar dan doorheen en betrekken we de studenten bij bespreking van projecten. We hebben nu noodgedwongen vaste contactmomenten met studenten. Als studenten normaal gesproken meelopen is de begeleiding meer ad-hoc. Je loopt over en weer binnen en bespreekt wat dan aan de orde is, nu plan je meer.’

High potentials koesteren

Ook Martin de Haan van VTi Amsterdam constateert dat corona weliswaar zorgt voor beperkingen, maar ook dat alles zoveel mogelijk doorgaat. ‘Natuurlijk zijn er projecten die nu on hold staan, zoals "Hoe werkt mijn stad" bijvoorbeeld. Daarin nemen docenten leerlingen en ouders mee achter de schermen van bedrijven in de regio, dat ligt nu noodgedwongen stil. Maar verder loopt alles zoveel mogelijk door. We willen alle successen en investeringen van de afgelopen jaren niet op het spel zetten. We hadden jaarlijks 20% extra instroom, dat zijn meer dan 1000 studenten in de Metropool Amsterdam. De onzekere toekomst is nu lastig voor iedereen. Maar studenten vinden het heel fijn dat we ze steunen en ze voelen die steun ook. We moeten onze BBL-studenten koesteren. En dat doen we ook. Al die high potentials waar we als branche en als maatschappij in de toekomst heel veel profijt hebben, laten wij zeker niet los.’