Home

kiezen voor techniek // leren in de techniek // MBO // VMBO

Bewuster kiezen voor opleiding en baan

Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond zijn ondervertegenwoordigd in de kansrijke sectoren zoals techniek(opleidingen). Ze kiezen vooral voor opleidingen waarvan het arbeidsmarktperspectief vaak minder goed is. Het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid (SZW) wil weten wat scholen daaraan kunnen doen, daarom zette het een aantal pilots op. De pilots zijn onderdeel van Programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt (VIA). Yolanda van Zuilekom van SZW, directie Samenleving & Integratie en Annet Hermans, procesbegeleider van één van de pilots, lichten toe.

VIA onderzoekt in acht pilots wat wel en niet werkt om de arbeidsmarktpositie van mensen met een niet-westerse migratieachtergrond te verbeteren. Deze acht pilots richten zich op loopbaanmomenten waarop zij achterstand oplopen op de arbeidsmarkt. In dit artikel zoomen we in op de twee pilots die betrekking hebben op jongeren. De pilot: “Studiekeuze vmbo“ en de pilot “Overgang mbo naar de arbeidsmarkt.”

Onzekere arbeidsmarktpositie

‘Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond hebben een steeds hoger opleidingsniveau, maar dat zien we onvoldoende terug in hun positie op de arbeidsmarkt’, vertelt Yolanda van Zuilekom. ‘Twee jaar na hun afstuderen van het mbo zijn deze jongeren vaak aan het werk onder hun niveau, in een ander beroep dan waarvoor ze zijn opgeleid. Ook hebben ze vaak een onzekere positie op de arbeidsmarkt doordat ze veelal tijdelijk flexwerk doen. Als koerier of in de horeca.’

Studiekeuze

‘We weten dat dit mede het gevolg is van hun studiekeuze, maar ook dat niet-westerse jongeren moeilijker aan de bak komen door (on)bewuste discriminatie. Ook de betrokkenheid van ouders speelt een rol. De eerste pilot richt zich op studiekeuze en ouderbetrokkenheid. Daarbij kijken we naar jongeren in het vmbo. Een groot aantal jongeren met een niet-westerse achtergrond kiest voor minder werkzekere richtingen als administratie en economie en niet voor kansberoepen als zorg, bouw en techniek. We willen weten waarom dat is. Daarvoor zoomen we in op LOB en de rol van ouders daarbij. De tweede pilot behandelt de aansluiting tussen mbo en arbeidsmarkt. De aansluiting van “niet-westerse jongeren” op de arbeidsmarkt loopt ook bij hbo en wo niet altijd soepel. Maar vanuit het mbo zien we grotere verschillen in arbeidsmarktparticipatie. In de tweede pilot ‘mbo – arbeidsmarkt’ kijken we onder meer naar stagediscriminatie en onbewuste vooroordelen van werkgevers. En is er aandacht voor interventies die jongeren beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. Vaardigheden als netwerken, sollicitatiebrieven schrijven en een cv opstellen.’

Loopbaangerichte interventies

Annet Hermans is betrokken bij de eerste pilot. Als ervaren praktijkonderzoeker loopt ze al geruime tijd mee en kent ze de doelgroep goed. ‘Een consortium van onder meer de Rijksuniversiteit Groningen en het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam gaat met de eerste pilot aan de slag. Ik ben als procesbegeleider betrokken bij het doorontwikkelen en uitvoeren van de interventies op de vmbo’s. Op 1 september begonnen we en we werken nu aan de literatuurstudie en de selectie van interventies die we gaan onderzoeken.  We willen kijken naar activiteiten die niet door de school zelf maar door een externe partij worden georganiseerd, zoals bedrijfsbezoeken en opdrachten vanuit het bedrijfsleven. Loopbaangerichte interventies die al een aantal jaar bestaan, waar de kinderziektes uit zijn. Daarvan onderzoeken we wat de betrokkenheid van ouders is en of reflectie op de activiteit plaatsvindt om zo jongeren te laten nadenken wat deze ervaring voor hun betekent. Door vragenlijstonderzoek en gesprekken met jongeren, docenten en ouders willen we vaststellen waarom interventies wel of niet werken. We weten uit onderzoek dat de betrokkenheid van ouders heel belangrijk is. Maar bij deze groep is de begeleiding van ouders vaak minder. Vanwege de taalbarrière en ook omdat onder ouders het arbeidsmarktperspectief ook minder goed bekend is.  Ervaringen uit eerdere projecten, zoals de City Deals leren dat het betrekken van ouders LOB versterkt. Ze gaan daardoor meer meedenken met hun kind. Scholen proberen die betrokkenheid natuurlijk ook te stimuleren, maar dat kan veel systematischer.’

Beter beeld

Annet Hermans: ‘Het uiteindelijke doel is dat de jongeren een beter beeld van zichzelf en de arbeidsmarkt krijgen, beter leren reflecteren op hun keuzes en beter weten waar ze goed in zijn.’ Hermans benadrukt nog eens dat het onderzoek nog in de kinderschoenen staat. ‘We zijn bezig met de selectie van de interventies en hebben al een toezegging voor medewerking van Jetnet & Technet, de Technologieroute van het Masterplan Techniek Amsterdam en Jinc. Daarna volgt de selectie van scholen. Een van de interventies waar we bijvoorbeeld naar kijken is er een waarbij de jongeren direct een opdracht voor een bedrijf uitvoeren in samenwerking met een mbo. De definitieve resultaten verwachten we pas in 2023. De voorlopige resultaten gaan we wel delen. Niet alleen de rapporten maar ook een praktische handreiking voor scholen.’

Aanpak van de pilots

Terug naar Yolanda van Zuilekom. ‘Het doel van de pilots is vergelijkbaar: effectieve interventies verzamelen. Evidence based werken zodat we weten wat werkt om jongeren een goede keuze te laten maken en na hun diploma aan de slag kunnen. Een keuze die aansluit bij hun wensen en vaardigheden maar ook rekening houdt met de (toekomstige) arbeidsmarkt. Voor jongeren met een niet-westerse achtergrond is het belangrijk dat ze echt ondervinden hoe het werk dat ze gaan doen eruitziet. Ze hebben nu onvoldoende zicht op de arbeidsmarkt. Door te reflecteren op wat ze kunnen, kiezen ze bewuster, is de verwachting. Nu maken ze vaak verkeerde keuzes. Dit leidt bijvoorbeeld tot veel uitval, later op het hbo.’ Heel veel jongeren weten (nog) niet waar ze goed in zijn, maar daar zijn wel aanwijzingen voor die ze misschien niet als zodanig herkennen, stelt Yolanda van Zuilekom. ‘Als je heel zorgvuldig bent of goed kan sleutelen kan je dat ook meenemen in je loopbaanontwikkeling.’

Over VIA

VIA is gestart vanuit de wens om in te zoomen op de arbeidsmarktpositie van mensen van niet-westerse afkomst. Over deze groep zijn veel cijfers bekend, maar de wereld achter die cijfers, het hoe en waarom, is minder helder. Het programma VIA probeert hier zicht op te krijgen met als doel de arbeidsparticipatie en arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond te verbeteren. De evidence based pilots die onderdeel zijn van het programma richten zich op verzamelen van bewijs over effectieve instrumenten. De pilots worden nauwgezet gevolgd en geëvalueerd binnen een van tevoren vastgesteld kader. Naast de twee ‘jongeren-pilots‘ uit dit artikel, waar Yolanda samen met Peter Franx verantwoordelijk voor is, zijn er drie gericht op werkgevers en drie op werknemers. Meer informatie over het programma en met name de pilots is hier [pdf] te vinden. De resultaten van de pilots inclusief de geleerde lessen zullen binnen de Techniekpact-netwerken worden gedeeld.