Home

Bedrijven inspireren leerlingen voor loopbaan

Dit project draagt bij aan de realisatie van Doel 4

Leerlingen uit het voortgezet onderwijs moeten al op jonge leeftijd keuzes maken die de richting bepalen voor hun verdere loopbaan, bijvoorbeeld in het hoger onderwijs en het bedrijfsleven. Het probleem is alleen dat ze vaak geen concreet beeld hebben wat de verschillende opties in de praktijk inhouden. ‘Met het VO-HO-netwerk Bètapartners willen we scholieren uit de omgeving van Amsterdam daarom de mogelijkheid bieden om te snuffelen aan technische studies en beroepen’, vertelt netwerkcoördinator Agnes Kemperman. Daarvoor heeft Bètapartners een netwerk opgebouwd met de Hogeschool van Amsterdam, de Hogeschool InHolland, de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam en zo’n 45 middelbare scholen. Om de lijn ook door te trekken naar het bedrijfsleven werkt Bètapartners intensief samen met het Jongeren en Technologie Netwerk Nederland, kortweg Jet-Net. De activiteiten van Bètapartners zijn terug te vinden op hun digitale platform Its Academy.

Vakvernieuwing

Een belangrijke manier om leerlingen meer inzicht te geven in de mogelijkheden voor hun loopbaan is vakvernieuwing. Kemperman: ‘De docent moet niet alleen maar een door de overheid aangeleverd curriculum afwerken, maar zich meer eigenaar voelen van de vakinhoud en zelf zorgen voor aansluiting bij ontwikkelingen in de maatschappij.’ Omdat docenten daar weinig ervaring mee hebben, helpt Bètapartners om contact te leggen met bedrijven, musea en andere organisaties. Zo krijgen ze een beter beeld van de ontwikkelingen op hun vakgebied. Het netwerk werkt daarvoor voornamelijk met twee formats: collegetours en masterclasses.

Collegetour

Bij een collegetour werken ongeveer vijf scholen in de regio samen. Elke school legt contact met één bedrijf. Dat kan heel makkelijk, bijvoorbeeld via een ouder van een van de leerlingen. De school organiseert met dat bedrijf een kort inhoudelijk programma. Zo blijft de hoeveelheid werk per school beperkt en krijgen de leerlingen toch vijf excursies naar bedrijven. Bovendien bevordert deze manier van werken de interactie tussen docenten en leerlingen van verschillende scholen en bedrijven. Zo ontstaan contacten waar de scholen later vaak opnieuw gebruik van maken. Leerlingen krijgen indirect mooie voorbeelden van een mogelijke loopbaan. Kemperman: ‘Bij BASF in Utrecht vertelde een medewerker bijvoorbeeld dat hij als middelbare scholier scheikunde niet eens zo geweldig vond, maar een baantje kreeg bij BASF en dat zo leuk vond dat hij toch scheikunde is gaan studeren, daar later zelfs op is gepromoveerd en zo een mooie functie bij het bedrijf gekregen heeft.’

Masterclass

Masterclasses zijn meer gericht op de professionalisering van docenten. Bètapartners organiseert ze samen met bedrijven als Shell of IBM. Het gaat om veel meer dan een rondleiding. In vier sessies doorlopen docenten een uitgebreid inhoudelijk programma. Daarin wordt duidelijk hoe het bedrijf de punten uit het schoolcurriculum in de praktijk toepast. ‘Zo kunnen docenten hun onderwijs goed verlevendigen. Na afloop hebben ze voorbeelden voor hun lessen te over’, vertelt Kemperman. ‘Docenten steken er best veel tijd in, maar zijn in evaluaties heel enthousiast over de aanpak, de inhoud en het leren kennen van een bedrijf.’ Indirect hebben vooral de leerlingen daar profijt van. Die krijgen interessantere lessen en een beter beeld van de mogelijkheden voor hun loopbaan.


Deelnemers masterclass Waternet

Voorbeeld Waternet

De kracht van een netwerk als Bètapartners blijkt bijvoorbeeld uit de masterclass in samenwerking met Waternet. ‘We organiseren zelf mooie educatieve activiteiten. Maar daar moet je wel publiek voor zien te vinden en op het juiste tijdstip de communicatie naar het onderwijs in gang zetten. Dan is het handig om gebruik te kunnen maken van de contacten van zo’n netwerk’, vertelt Jolijn Camfferman. Eerder hebben we daar weleens de boot gemist en zag je dat er weinig animo was, ook al kwamen we met een actueel onderwerp. Toen het bedrijf afgelopen jaar samen met Bètapartners een masterclass organiseerde, kwamen er ongeveer 30 bètadocenten op af. Camfferman: ‘Die masterclass is heel goed ontvangen en zat meteen vol. Aan het eind van de vier sessies is steeds de vertaalslag naar het onderwijs gemaakt. Je kunt heel concreet met het curriculum van de school aan de slag. Dat heeft echt meerwaarde.’

Vakoverstijgende discussies

Bijzonder aan Waternet is dat het bedrijf verantwoordelijk is voor de hele watercyclus met taken voor zowel de gemeente Amsterdam als het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Daardoor kon de masterclass een breed programma rondom water aanbieden met aanknopingspunten voor docenten uit verschillende vakgebieden, zoals aardrijkskunde, biologie, natuurkunde, NLT, scheikunde en wiskunde. ‘Docenten wisselen ideeën uit vanuit hun eigen invalshoek en zijn zo ook vakoverstijgend bezig’, benadrukt Camfferman. Afhankelijk van het thema vonden de sessies dan ook op verschillende locaties van Waternet plaats. Zo werden de deelnemende docenten voor de sessie over drinkwater ontvangen in de drinkwaterlocatie in Vogelenzang. Een rondleiding ter plaatse maakt de thematiek meteen zichtbaar op de werkvloer. Camfferman: ‘Het gaat meer leven als je iets kunt beleven.’

Enthousiaste medewerkers

Waternet heeft veel kennis en ervaring in huis en zet dan ook vooral eigen mensen in voor de lessen. Jan Peter van der Hoek is bijvoorbeeld naast hoofd van het Strategisch Centrum bij Waternet hoogleraar Drinkwatervoorziening bij de TU Delft en kon vanuit die rol een mooie bijdrage leveren aan de colleges. Maar ook andere medewerkers zijn heel betrokken en vertellen vol lof over hun vak. ‘Dat is ook wel een voorwaarde voor een succesvolle samenwerking met het onderwijs’, stelt Camfferman. Dankzij de samenwerking met Bètapartners kon het programma aangevuld worden met een aantal externe experts uit hun netwerk. Zo kon Pim de Voogt als UvA-hoogleraar Chemische-biologische interacties in aquatische ecosystemen vertellen over de aanpak van medicijnresten in het water.

Directe interactie

De grote meerwaarde van een masterclass boven bijvoorbeeld lesbrieven zit hem in de directe interactie met de docenten. Camfferman: ‘De actualiteit triggert hen om de colleges als voorbeelden in hun lessen te verwerken. Zij hebben behoefte aan een verzameling casussen waar ze zelf uit kunnen kiezen wat bruikbaar is om verdieping te geven aan de inhoud van hun vak. In de onderlinge discussies brengen ze elkaar op ideeën en in de evaluatie kunnen ze aangeven wat ze nog meer nodig hebben.’ De positieve ervaringen van de deelnemers werken als de spreekwoordelijke steen in een vijver. Docenten brengen hun enthousiasme over op hun leerlingen en collega’s. Zo ontstaan er weer nieuwe initiatieven. Camfferman: ‘Er zijn bijvoorbeeld plannen om met Bètapartners en Jet-Net een docentontwikkelteam op te zetten. De basisstructuur is gelegd, nu kunnen we die verder uitbouwen.’

Tips voor scholen

Maak gebruik van je bestaande netwerk om contacten te leggen. Benader bedrijven bijvoorbeeld via ouders van leerlingen.

Werk samen met docenten van andere vakken of andere scholen in de regio. Dat bespaart werk en levert nieuwe ideeën op.

Stimuleer leerlingen om contact te leggen met bedrijven voor bijvoorbeeld profielwerkstukken.

 

Tips voor bedrijven en organisaties

Presenteer je organisatie op onderwijs- en carrière-evenementen. Daar worden vaak waardevolle contacten gelegd.

Het lesprogramma is vaak al voor een heel seizoen dichtgetimmerd. Benader scholen daarom minstens een half jaar van tevoren voor een geplande activiteit.

Stimuleer medewerkers om niet alleen over hun huidige functie te vertellen, maar ook over de weg daarnaartoe: hun loopbaan.

Deze case is een voorbeeld van doel 4 van het Techniekpact: Voldoende vo-leerlingen kiezen voor een bètatechnisch profiel

MEER CASES BIJ DOEL 4