Home

Sciencecentrum De Magneet

Dit project draagt bij aan de realisatie van Doel 1

Kinderen zelf laten ontdekken hoe mooi techniek is

Hoe kunnen we kinderen in de basisschoolleeftijd interesseren voor techniek? Dat was de vraag waarmee de pabo van de Hanzehogeschool in Groningen zich geconfronteerd zag. Bedrijven in de regio, de lerarenopleiding en technische opleidingen gaven aan op zoek te zijn naar manieren om kinderen al jong met techniek in aanraking te brengen om zo uiteindelijk meer studenten en vakmensen te trekken. De oplossing waarin de samenwerking tussen bedrijfsleven, opleiding en onderwijs samenkomt heet De Magneet: een sciencecentrum waar jaarlijks 100 leerkrachten van groep 7 en 8 van scholen uit de omgeving met hun klas op bezoek komen om actief aan de slag te gaan met technologie. In totaal gaat het jaarlijks om 2500 leerlingen. In de ontwikkeling en uitvoering spelen bedrijven, leerkrachten, pabostudenten en opleiders allemaal een rol.

Samen met bedrijven en opleidingen

In overleg met bedrijven is ervoor gekozen om energie(transitie) en technologie in brede zin centraal te zetten in het centrum. Samen met roc’s uit de buurt zijn in dat kader tien doe-stations ontwikkeld. ‘Daarbij laten we de kinderen werken volgens de principes van TalentenKracht en maken ze onbewust de empirische cyclus van wetenschappelijk denken door’, legt teamleider 'Pedagogische Academie Hanzehogeschool Groningen' Mark Terpstra uit. ‘Dat betekent dat ze geen kant-en-klare instructies krijgen, maar zelf oplossingen bedenken en in de praktijk controleren wat er wel en niet werkt. Wel helpen we met begeleidende vragen.’ Die vragen komen van assisterende pabo-studenten, zoals Kim Jansen. ‘Bij een van de doe-stations moeten de kinderen een windmolenpark maken met drie windmolens’, vertelt ze. ‘Die zetten ze in eerste instantie vaak recht achter elkaar, maar dat werkt niet goed. Dan proberen ze soms eerst een oplossing met andere wieken, maar zonder resultaat: het probleem zit in de positie. Dat kun je ze zelf laten bedenken door bijvoorbeeld te vragen waarom ze bij tegenwind liefst achteraan in de groep fietsen.’

Zelf onderzoeken en ontdekken

De begeleiders krijgen zelf vooraf training in de dynamische didactiek van TalentenKracht, waarbij een flexibele houding van de leerkracht centraal staat. Jansen: ‘Op die manier vragen stellen moet je eerst een poosje doen, anders blijft het theorie. Ik pas deze methode nu ook toe in mijn stagelessen.’ Jolanda Suurd ging met haar klas van openbare Jenaplanschool De Petteflet op bezoek bij De Magneet en herkent de kracht van de methode. ‘Ik ben er enorm voorstander van om kinderen zelf te laten ontdekken. Sommigen willen bijvoorbeeld net zo lang doorgaan tot ze zelf de oplossing gevonden hebben. Zo bleef een groepje uit mijn klas heel lang bij een station waar het maar niet lukte om een autootje over de finish te krijgen. Eigenlijk zouden ze vanwege de tijd door moeten naar een ander station, maar dat wilden ze niet. Uiteindelijk bedachten ze met een beetje bijsturen tóch een oplossing. Kinderen leren ontzettend veel door zelf op onderzoek te gaan.’

Voorbereidende lessen

Hoeveel de kinderen bij de Magneet oppikken is wel afhankelijk van het voortraject, geeft Jansen aan. ‘Voor het bezoek krijgen de leerkrachten ook materiaal voor een aantal lessen over verschillende vormen van energie om de kinderen voor te bereiden. Dat levert veel herkenmomenten op tijdens het bezoek. Maar niet alle leerkrachten gebruiken die lessen en de een vindt het ook lastiger om er invulling aan te geven dan de ander.’ Terpstra: ‘Je ziet ook meer herkenning bij kinderen van scholen die al voldoen aan de eisen voor 2020 om wetenschap en technologie aan te bieden. Bijvoorbeeld omdat ze werken met de leerlijn Techniek, Talent & Energie. Die is uitgerold op 180 scholen in Noord-Nederland. Kinderen met zo’n achtergrond pikken de opdrachten bijvoorbeeld sneller op.’ Ook de Petteflet is al veel bezig met techniek en duurzaamheid. Suurd: ‘We hebben onlangs bijvoorbeeld meegedaan met het Techniek Toernooi en met de kinderen een pratend speeltoestel ontwikkeld: een voetbalgoal. De voorbereidingslessen van de Magneet waren voor mijn groep dan ook minder nodig.’

Leerzaam voor leerkrachten

Naast de kinderen richt de Magneet richt zich vooral op de begeleidende ouders en de leerkrachten. Terpstra: ‘We willen laten zien hoe mooi kinderen techniek vinden en hoe goed ze zelf oplossingen kunnen verzinnen. Lang niet iedereen in het onderwijs heeft zelf affiniteit met techniek. Zo’n bezoek kan inspiratie bieden om in de eigen lessen toch met dat thema aan de slag te gaan.’ Ook voor de studentbegeleiders is het werk heel leerzaam. Jansen: ‘Als ik bijvoorbeeld met medestudenten over onderwerpen rond energie praat, merk ik dat zij er veel minder van weten. Terwijl de energietransitie toch een heel belangrijk thema is de komende jaren. Het zou daarom goed zijn als alle pabostudenten een paar keer naar de Magneet komen. Bij leerkrachten merk ik vaak dat ze ertegen opzien om iets met techniek te gaan doen in hun lessen, omdat ze er zelf weinig ervaring mee hebben. Dat probleem heb ik helemaal niet meer.’

Onderhoud en vernieuwing

Het kost wel wat om het centrum aantrekkelijk te houden. Terpstra: ‘We willen regelmatig stations afwisselen. Daarvoor zijn middelen nodig voor ontwikkeling en onderhoud. Vernieuwing is echt noodzakelijk.’ Jansen: ‘Als studentenbegeleiders dragen we ideeën aan voor nieuwe stations, maar uiteindelijk worden ze professioneel ontwikkeld samen met docenten.’ Daarbij is het belangrijk dat alle apparaten bijzonder stevig in elkaar zitten. Terpstra: ‘Uiteindelijk kan alles kapot.’ Om de kosten te kunnen dekken krijgt de Magneet financiële bijdragen van de Pedagogische Academie, de technische opleidingen van de Hanzehogeschool en enkele externe sponsoren. Om te kunnen blijven innoveren en kinderen te blijven boeien is de Magneet altijd wel op zoek naar uitbreiding van haar sponsorennetwerk.

Hartstikke trots

Die kosten zijn het dubbel en dwars waard. De Pedagogische Academie is ‘hartstikke trots’ op De Magneet en nodigt iedereen graag uit om een keer langs te komen. Ook Suurd adviseert andere leerkrachten om zeker een keer te gaan kijken met hun klas. ‘Het is ontzettend leuk. We kregen een sprankelende intro met knipperende lampen en automatisch bewegende gordijnen. De kinderen waren heel enthousiast.’ Haar tip: ‘Gewoon doen en genieten!’

Tips voor organisaties die een sciencecentrum willen opzetten

  1. Denk van tevoren na hoe je de financiering in de staande organisatie wilt opnemen.
  2. Zorg dat alle materialen extra stevig zijn.
  3. Voorzie leerkrachten van extra materiaal, zodat ze het bezoek kunnen inpassen in hun lessen.

 

Tips voor leerkrachten die De Magneet willen bezoeken

  1. Meld je op tijd aan, zodat er voldoende ruimte is om de voorbereidende lessen in te passen.
  2. Besteed voldoende aandacht aan deze lessen; dan leren de kinderen er meer van.
  3. Gebruik het bezoek niet alleen als uitje voor de kinderen, maar ook als leermoment voor jezelf. Probeer in je eigen lessen bijvoorbeeld de TalentenKracht-methode toe te passen of aan te sluiten bij een thema als de energietransitie.

De Magneet draagt onder meer bij aan de realisatie van doel 1 van het Techniekpact: Basisscholen bieden in 2020 structureel W&T aan.

Een bezoek aan De Magneet draagt bij aan het enthousiasme van leerlingen voor W&T en biedt leerkrachten inspiratie om ook in de klas hierop verder te bouwen. Doordat in de ontwikkeling van de doe-stations ook pabostudenten betrokken zijn en zij de klassen begeleiden tijdens de bezoeken, wordt er ook aan toekomstige leerkrachten gedacht.

MEER CASES BIJ DOEL 1