Home

algemeen // Nieuwsbrief

Eerste reacties op het advies van Thea Koster

Op maandag 15 juni jl. heeft voorzitter Thea Koster tijdens de Jaarconferentie haar advies over de toekomst en doorontwikkeling van het Techniekpact gepresenteerd. Dit advies is in lijn met de vier thema’s die sinds 2018 de basis vormen van de inzet van het Techniekpact, te weten: instroom in techniek/technologie, onderwijs-arbeidsmarkt in PPS, hybride docenten / docentprofessionalisering en een leven lang ontwikkelen. Aan de hand van vier vragen polsten we de eerste reacties op het advies.


Op de foto, van links naar rechts: 
Anko van Hoepen (vice-voorzitter PO-Raad), Petra Bolster (Landelijk bestuurder FNV Metaal), Ineke Dezentjé (voorzitter FME), Adnan Tekin (voorzitter MBO Raad), Tijs de Bree (gedeputeerde provincie Overijssel) en Peter Kerris (gedeputeerde provincie Gelderland)


Dit is de reactie van Anko van Hoepen, vice-voorzitter PO-Raad:

1. Herkent u zich in het beeld dat geschetst wordt?
Anko van Hoepen: ‘Er zijn momenteel al mooie voorbeelden van onderwijs op het gebied van w&t en digitalisering binnen het primair onderwijs. De overladenheid van het huidige curriculum maakt het helaas niet voor alle scholen mogelijk om hier een volledige invulling aan te geven. Ik kan me vinden in het geschetste beeld, maar zie zeker kansen om in de toekomst meer aandacht te geven aan technische en digitale vaardigheden.’

2. Als u uw reactie in één à twee zinnen zou moeten beschrijven, wat zou dan de boodschap zijn
‘Zorg voor extra inzet om te komen tot beter onderwijs in w&t binnen het primair onderwijs, maar kijk vooral naar het integrale karakter. Alleen in samenhang met andere vakgebieden is dit mogelijk. Regionale ondersteuning is daarbij van wezenlijk belang.’

3. Met dit advies in handen gaan we natuurlijk (verder) aan de slag! Wat zijn acties waar u mee bezig bent/gaat die al invulling (gaan) geven aan het advies?
Momenteel wordt het onderwerp curriculum.nu besproken in de Tweede Kamer. Binnen de domeinen Mens & Natuur en digitale geletterdheid wordt aandacht besteed aan w&t. In het geval de Kamer hierop positief reageert, zal w&t in de toekomst ook nadrukkelijker worden opgenomen in de kerndoelen.

4. Het pad naar de toekomst bewandelen we met regionale en landelijke stakeholders, we doen het immers samen. Wat wilt u andere Techniekpartners meegeven?
‘Heb oog voor het primair onderwijs. Hierin leggen we de basis voor de toekomst. Al op jonge leeftijd kunnen kinderen geïnteresseerd raken in W&T. En de jeugd heeft de toekomst.'


Dit is de reactie van Petra Bolster, Landelijk bestuurder FNV Metaal:

1Herkent u zich in het beeld dat geschetst wordt?
‘Als FNV herkennen wij ons voor een gedeelte in het geschetste beeld. Het gegeven advies van mevrouw Koster is voor een groot deel gericht op instroom en geschreven vanuit het perspectief van opleidingsinstellingen. Vanuit dat perspectief is het dan ook herkenbaar. Waar volgens mij nog nadruk op gelegd moet worden, is het behoud van technisch talent. Daarvoor zijn mogelijkheden tot ontwikkeling, maar ook arbeidsverhoudingen en kwalitatief goed werk meer dan noodzakelijk. Hier moet uitdrukkelijker worden ingezet vanuit het Techniekpact. Dat garandeert ook betrokkenheid van werknemers en hun vertegenwoordiging; deze zijn essentieel zijn voor de succesvolle doorontwikkeling van het Techniekpact.’

2Als u uw reactie in één à twee zinnen zou moeten beschrijven, wat zou dan de boodschap zijn?
'Ik vind het belangrijk dat de visie op arbeidsmarkt en onderwijs goed wordt uitgewerkt. Het is belangrijk dat werknemers en hun vertegenwoordigers daarbij betrokken worden. Als FNV zijn we zeker bereid daar input op te leveren. Ook vanuit de regio’s, en dat met name gericht op de vier prioriteiten van het Techniekpact.’

3. Met dit advies in handen gaan we natuurlijk (verder) aan de slag! Wat zijn acties waar u mee bezig bent/gaat die al invulling (gaan) geven aan het advies?
‘Wij zijn vertegenwoordigd in de opleidingsfondsen in de techniek, we hebben opleidingsconsulenten en loopbaanconsulenten in de regio, wij zijn stakeholder bij PTvT, wij zijn regionaal vertegenwoordigd in de SER van de regio’s en wij hebben nog veel meer initiatieven die raakvlak hebben met de vier punten van het Techniekpact. Te veel om hier allemaal te noemen.’

4. Het pad naar de toekomst bewandelen we met regionale en landelijke stakeholders, we doen het immers samen. Wat wilt u andere Techniekpartners meegeven?
‘Dat we met z’n allen in het oog houden dat naast de instroom ook behoud van technisch talent gewaarborgd wordt. Daarbij is naast technologische innovatie ook sociale innovatie van belang. Bij Leven Lang Ontwikkelen gaat het niet alleen om het ontwikkelen van de werknemers, maar ook om de ontwikkeling van de arbeidsorganisaties. Ook dat dienen wij met z’n allen in het oog te houden.’


Dit is de reactie van Ineke Dezentjé, voorzitter van FME

1. Herkent u zich in het beeld dat geschetst wordt?
‘Ja en nee. Ik vind dat er in de regio’s geweldige dingen gebeuren. Met veel energie wordt er samengewerkt aan het vergroten van de instroom, het aantrekkelijker maken van techniekonderwijs en experimenteren met hybride vormen van onderwijs. De thema’s die Thea Koster benoemt, zijn ook de thema’s die wij in onze onderwijsvisie hebben uitgewerkt. Waar ik mij wel enorm veel zorgen over maak, is dat het ons maar niet lukt de instroom in technische opleidingen te vergoten. Al jaren investeren we met elkaar in Techniekpact maar de instroom is dit jaar toch weer over de gehele linie gedaald. We doen het ook internationaal gezien heel erg slecht op dit punt. Ik zou nu eens echt goed willen onderzoeken wat de effecten van alle maatregelen zijn en de effectiviteit vergroten. Dat vraagt visie, een heldere richting en investeringen op alle niveaus en van alle partijen. Alleen dan kunnen we de transitie maken.’

2. Als u uw reactie in één à twee zinnen zou moeten beschrijven, wat zou dan de boodschap zijn?
‘Juist nu moeten bedrijfsleven, onderwijs en overheid doorpakken op het “tech wise” maken van Nederland. Technisch talent ontwikkelen betekent innovatiekracht vergroten, innovatiekracht geeft ons exportvermogen en daarmee kunnen we Nederland uit de crisis loodsen.’

3. Met dit advies in handen gaan we natuurlijk (verder) aan de slag! Wat zijn acties waar u mee bezig bent/gaat die al invulling (gaan) geven aan het advies? 
‘Ik heb twee onderwerpen die ik wil uitlichten van de vele dingen die onze bedrijven al doen: dat is de actieagenda vrouwen in techniek ‘Op weg naar 30% in 2030’ waarin we in samenwerking met het onderwijs, het bedrijfsleven en de overheid eraan werken om meer vrouwen te trekken naar - en te behouden voor de techniek. En dat zijn de hybride docenten die wij onmisbaar achten in het onderwijs van de toekomst en waar onze bedrijven al mee experimenteren. In het advies van Thea Koster worden de juiste dingen genoemd die voor een versnelling zorgen: eenvoudiger bevoegdhedenstructuur, matchen van vraag en aanbod en een tegemoetkoming in de extra loonkosten voor de bedrijven (wij noemen dat een WBTO, wet tegemoetkoming technisch onderwijs).’

4. Het pad naar de toekomst bewandelen we met regionale en landelijke stakeholders, we doen het immers samen. Wat wilt u andere Techniekpartners meegeven?
‘In deze tijd is des te meer gebleken dat technologie eraan bijdraagt dat de maatschappij blijft draaien. We mogen met zijn allen veel trotser zijn op de technologie en innovaties in Nederland en uitstralen dat tech de wereld beter maakt!’


Dit is de reactie van Adnan Tekin, voorzitter van de MBO Raad

1. Herkent u zich in het beeld dat geschetst wordt?
‘Zeker, de speerpunten die Thea Koster kiest zijn logisch. De instroom in de techniek, zeker waar het gaat om vrouwen en mensen met een bi-culturele achtergrond, is en blijft een uitdaging. Ik ben blij dat de instroom van vrouwen is gegroeid, maar meer instroom blijft nodig om aan de vraag te voldoen. Ook het vroeg interesseren van jongeren voor techniek vind ik heel goed: hoe eerder, hoe beter. De komst van W&T naar het po ondersteunen wij dan ook. Het mbo kan hierbij een rol spelen door bijvoorbeeld studenten gastlessen in het po te laten verzorgen. Leven Lang Ontwikkelen (LLO) heeft vanuit het mbo ook prioriteit. Ons idee van leerrechten is daar een invulling van. LLO moet dichtbij werkgevers en mensen staan, staat in het advies.’

2. Als u uw reactie in één à twee zinnen zou moeten beschrijven, wat zou dan de boodschap zijn?
‘We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet. We moeten de aanpak verdiepen om aan de groeiende arbeidsmarktvraag te blijven voldoen.’

3. Met dit advies in handen gaan we natuurlijk (verder) aan de slag! Wat zijn acties waar u mee bezig bent/gaat die al invulling (gaan) geven aan het advies? 
‘Met veel van de onderwerpen zijn wij al bezig. Ik noemde al LLO, maar ook bij veel vormen van publiek-private samenwerking, landelijk en in de regio, zijn de mbo-scholen betrokken. En we kloppen op de deur van de politiek om blijvend aandacht voor al deze onderwerpen te vragen, bijvoorbeeld voor ons idee van leerrechten. Wij hebben als mbo de infrastructuur en de kennis om samen met het bedrijfsleven bij te dragen aan alle doelen van het Techniekpact.

4. Het pad naar de toekomst bewandelen we met regionale en landelijke stakeholders, we doen het immers samen. Wat wilt u andere Techniekpartners meegeven?
‘Mijn boodschap aan de andere partners is: doe mee en blijf meedoen! Wij dragen als mbo ons steentje bij, maar het is noodzaak dat iedereen mee blijft doen. Ik hoop dat het Techniekpact doorgaat, maar wel aangepast aan de veranderende tijd, de aanpak werkt alleen als we mee gaan met onze tijd. Dat betekent wat mij betreft dat de focus niet alleen moet liggen op techniekopleidingen maar ook op aandacht voor technologische ontwikkelingen in (andere) opleidingen. Ook in de zorg, in food, en voor de energietransitie is die onmisbaar.’


Dit is de reactie van Tijs de Bree, gedeputeerde provincie Overijssel

1. Herkent u zich in het beeld dat geschetst wordt?
'Ja, het advies is herkenbaar. De samenwerking en afstemming binnen de infrastructuur van het Techniekpact is goed. Daarmee bedoel ik het Landelijke Regieteam Techniekpact waarin alle dragende partijen vertegenwoordigd zijn en de regionale Techniekpacten die daadwerkelijk uitvoeren. Thea Koster heeft haar advies gebaseerd mede op de informatie die vanuit de regionale Techniekpacten aangedragen is.'

2. Als u uw reactie in één à twee zinnen zou moeten beschrijven, wat zou dan de boodschap zijn?
'Blij met het advies om landelijk een aantal zaken aan te sturen die in mijn ogen het beste met een landelijke aanpak tot hun recht komen. En heel blij met de uitspraak dat het in de regio gebeurt.'

3. Met dit advies in handen gaan we natuurlijk (verder) aan de slag! Wat zijn acties waar u mee bezig bent/gaat die al invulling (gaan) geven aan het advies?  
'Overijssel is al bezig met het ondersteunen van basisscholen bij het invoeren van wetenschap & technologie/techniek in hun lespakket. Wij pleiten voor het benutten van de infrastructuur van de regionale techniekpacten voor het aanpakken van de grote maatschappelijke vraagstukken, zoals circulaire economie, energietransitie, digitalisering. In de Techniekpacten werken bedrijfsleven, onderwijs en overheden al samen. Gebruik dat en breid het zo nodig uit.'

4. Het pad naar de toekomst bewandelen we met regionale en landelijke stakeholders, we doen het immers samen. Wat wilt u andere Techniekpartners meegeven?
'Laten we vooral zo doorgaan; er zit veel energie in onze Techniekpacten. En sluit aan, bed je zo mogelijk in als Techniekpact in de grote regionale programma’s rond human capital en arbeidsmarkt, zoals de Regio Deals en Human Capitalagenda’s.'


Dit is de reactie van Peter Kerris, gedeputeerde provincie Gelderland

1. Herkent u zich in het beeld dat geschetst wordt?
'
Het beeld is zeer herkenbaar. Arbeidsmarktvraagstukken worden ook in Gelderland met een sterke colour locale in de regio aangepakt. Door grote lijnen te schetsen, ambities te formuleren en doelen te stellen, kunnen de regio’s vanuit hun kracht oplossingen bedenken en uitvoeren. Samen met regionale partners. Het thema Leven Lang Ontwikkelen is inmiddels gelukkig een onderwerp dat hoog op de agenda staat bij iedereen. En dat is mooi, want LLO is ook van iedereen: van de medewerker, de werkgever en van het onderwijs. Hoe meer we hierin investeren, hoe wendbaarder ons onderwijs en de arbeidsmarkt wordt.'

2. Als u uw reactie in één à twee zinnen zou moeten beschrijven, wat zou dan de boodschap zijn?
'Zet stevig én samen in op de actielijnen. Gedeeld probleem en een gezamenlijke oplossing. Samen kom je verder!'

3. Met dit advies in handen gaan we natuurlijk (verder) aan de slag! Wat zijn acties waar u mee bezig bent/gaat die al invulling (gaan) geven aan het advies?  
'
Een greep uit wat we doen in Gelderland: ons onderzoek Wetenschap en Technologie op Gelderse basisscholen wordt vertaald in een actieplan. We bekijken welke rol we als provincie gaan spelen in het oplossen van het docententekort in de bèta en ict vakken en we stimuleren LLO door subsidie te verstrekken aan bedrijven. Tot slot investeren we in de infrastructuur die de regionale techniekpacten de afgelopen jaren opgebouwd hebben, zodat deze stevig verankerd worden in de regio’s.'

4. Het pad naar de toekomst bewandelen we met regionale en landelijke stakeholders, we doen het immers samen. Wat wilt u andere Techniekpartners meegeven?
'Laten we niet alleen praten en uitwisselen, maar ook samen dingen doen!'