Home

leren in de techniek // MBO // Nieuwsbrief // Noord

GAS 2.0: Noord-Nederland werkt samen voor energietransitie

De energietransitie, de overgang van fossiele naar duurzame energiebronnen, zorgt voor nóg meer vraag naar technisch personeel. In Noord-Nederland versterkt de stop op gaswinning dat effect. Onderwijs, ondernemers en overheid verenigen zich in het project GAS 2.0 om deze uitdaging het hoofd te bieden. Albert Bruins Slot van het Drenthe College en Harnold Braam van Stork vertellen over het belang van doelgericht samenwerken.


© Theo Berends Fotografie

‘Met GAS 2.0 gaan we in regio Noord samen aan de slag met de uitdagingen van de energietransitie in de driehoek privaat (bedrijven), politiek en scholen’, vertelt Harnold Braam enthousiast. De director business line services van Stork raakte al in een vroeg stadium betrokken bij dit project. ‘Het sterke daarvan is dat alle neuzen nu voor het eerst dezelfde kant op staan. Dat is ook wel nodig, want we moeten snel concreet aan de slag. Om te beginnen is er al langere tijd behoefte aan meer technisch personeel. Dat wordt nu versterkt door de energietransitie. In Noord-Nederland komt daar nog extra druk op te staan door het besluit om de gaswinning te stoppen. Bovendien vraagt de vierde industriële revolutie om een andere manier van werken. Naast generalisten en specialisten hebben we nu ook integralisten nodig: flexibele werknemers die van veel dingen iets weten en daardoor alles aan elkaar kunnen koppelen.’

Groot samenwerkingsproject
‘Eigenlijk is GAS 2.0 een vervolg op het Energy College’, legt Albert Bruins Slot uit. Hij is voorzitter van de raad van bestuur van het Drenthe College, een van de initiatief nemende roc’s. ‘Daarin werken we als noordelijke mbo-scholen al langer samen om meer studenten aan te trekken voor de energiebranche – met steun van de overheid en een aantal bedrijven. Door het stoppen van de gaswinning is er een versnelling nodig. Daarom hebben we voor GAS 2.0 meer bedrijven gevraagd om mee te doen. Zij ondersteunen dit initiatief duidelijk: in drie maanden tijd haalden we in het bedrijfsleven maar liefst 2,5 miljoen euro op. Vervolgens zijn we het gesprek met de overheid aangegaan voor een projectaanvraag bij het Regionaal investeringsfonds mbo van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het onderwijs en decentrale overheden (provincies en gemeenten) investeren zelf 2 miljoen en het ministerie heeft inmiddels toegezegd dat aan te vullen met nog eens 2 miljoen euro. Het project loopt van 2018 tot 2022.’

Studenten werven voor techniek
‘Het geld gebruiken we om mensen vrij te maken en energie te steken in het opschalen en versterken van het Energy College’, vervolgt Bruins Slot. ‘Het onderwijs moet daar maximaal van profiteren. Om te beginnen willen we leerlingen en studenten verleiden om te kiezen voor een opleiding techniek met specialisatie richting energievraagstukken. Dat doen we met alle roc’s samen. De boodschap is: “Wil je zekerheid voor een baan? Kies techniek.” Daarvoor verstevigen we de bestaande relaties met het voortgezet onderwijs, want je moet vroeg beginnen, zeker gezien de demografische krimp in de regio. Het voortgezet onderwijs besteedt al meer aandacht aan techniek, onder meer dankzij extra geld van het ministerie van OCW. Daar kunnen we op voortbouwen. Tegelijk willen we volop samenwerking zoeken met het hbo. Daarvoor kunnen we bijvoorbeeld aansluiten bij de New Energy Coalition, waarin kennisinstellingen uit de regio samenwerken met overheid en bedrijfsleven.’

Parallel ontwikkelen
‘Ten tweede gaan we leerstof ontwikkelen. Dat is lastig, omdat je nog niet precies weet wat er nodig is. We denken nu bijvoorbeeld dat waterstof een belangrijke oplossing is om energie op te slaan, maar misschien blijkt er nog wel iets beters te zijn.’ Braam: ‘Normaal volgt het onderwijs ontwikkelingen in het bedrijfsleven op, maar we moeten nu parallel optrekken en in elkaar investeren. Zo voeg je meer waarde toe in de keten. Alleen ga je weliswaar sneller, maar samen kom je verder. Naast elkaar ontwikkelen betekent dat we geld daar inzetten waar de behoefte is. Voorkom zuiltjes. Logo’s en scholen moeten er niet meer toe doen. We moeten kennis delen zonder te vragen “what’s in it for me?” Als scholen zich bijvoorbeeld specialiseren, kunnen leerlingen en studenten daartussen bewegen. Ze hoeven niet gebonden te zijn aan één school.’

Organisaties verbinden
Die nadruk op samenwerking komt terug in het derde speerpunt: een community opbouwen. Bruins Slot: ‘We willen organisaties met elkaar verbinden. We moeten ook veel meer naar een hybride vorm van onderwijs toewerken. Deze generatie wil graag in de praktijk leren. Jongeren willen voelen en beleven. Dat kan door onderdelen van het onderwijs bij bedrijven onder te brengen. Daar kun je studenten toegang geven tot de modernste technieken. Bovendien hoeven scholen zo niet te investeren in een machine die al bij een bedrijf staat.’ Braam: ‘We hebben snelheid, creativiteit en passie nodig. Dat moeten we jongeren aanleren. Maar zij kunnen ons juist ook bij de hand nemen. Zij zijn al gewend om snel te schakelen.’

Bijscholen bestaand personeel

De veranderingen in de energiebranche hebben niet alleen invloed op de vraag naar nieuwe technici. Bruins Slot: ‘Ook het bestaande personeel moet bijgeschoold worden naar de nieuwe stand van de techniek. Bedrijven zullen daar zelf in moeten investeren, maar zij kunnen ons wel vragen om die opleiding in te vullen. Wij kunnen mensen die zich bijscholen voorzien van certificaten die ook naar buiten toe waarde hebben en aangeven welke bevoegdheden zij hebben.’ Braam: ‘We moeten zorgen dat mensen duurzaam inzetbaar zijn. Dat ze zich een leven lang blijven ontwikkelen. En bereid zijn om als mentor te fungeren voor anderen.’

Bloeimogelijkheden voor Noord-Nederland
‘We moeten er ook zorg voor dragen dat mensen het fijn vinden om in de noordelijke provincies te werken en te wonen’, benadrukt Braam. ‘Wat dat betreft zijn we lang te bescheiden geweest. We hebben veel technische kennis. We hebben gasgeschoolde industrie: mensen met verstand van moleculen. Dat is de uitdaging nu: meer elektriciteit opwekken en die dan omzetten naar moleculen voor opslag. We hebben grondstoffen, zoals mest voor biovergisting, maar ook biomassa van aardappels en suikerbieten. We hebben ruimte voor bijvoorbeeld windparken en geothermie, het winnen van energie uit aardwarmte. We hebben een kustlijn en havens als poort naar de rest van de wereld. Zo kan de energietransitie een trigger zijn om de regio te laten opbloeien.’