Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)

Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en bedrijfsleven werken op regionaal niveau nauw samen aan innovatief en kwalitatief sterk onderwijs. Zo worden de jongeren van nu goed voorbereid op de banen van de toekomst.

De onderwijscijfers worden jaarlijks geüpdatet. Het betreft hier een update van 8 april 2022. 

Monitor Techniekpact

Zelf aan de slag?

Vragen? Bronnen
Let op: buttons openen in een nieuw tabblad.

Binnen de basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb), kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb) en gemengde leerweg (vmbo-gl) stabiliseert de trend van het aandeel leerlingen dat in het derde leerjaar kiest voor een bètatechnische richting zich de laatste jaren. Het aandeel leerlingen dat een bètatechnisch profiel kiest in vmbo-bb/-kb/-gl is in 2021/2022 gelijk aan een jaar eerder (20%).

In de periode 2011/12 tot 2015/16 vond een lichte daling plaats. De daling in deze periode heeft met name te maken met de invoer van het profiel “Dienstverlening en Producten”, dat niet wordt gerekend tot de technische profielen. Wel moet worden aangemerkt dat het profiel 'Dienstverlening en Producten' een technisch component bevat.

Bij vmbo-bb koos 26% van de leerlingen voor een bètatechnisch profiel in 2011/12, dit daalde naar 24% in 2012/13. Sindsdien is dit ongeveer constant gebleven; in 2021/22 is dit percentage wederom 24%. Bij vmbo-kb is de afname in deze tijdsperiode van 23% (2011/12) naar 22% (2012/13). Dit percentage is in 2021/22 weer 23%. Bij vmbo-gl is het aandeel al een aantal jaren tussen de 9% en 11%. In 2021/22 is het aandeel 11%.

Het aandeel meisjes binnen vmbo-bb dat kiest voor bètatechniek verdubbelde van 2% in 2011/12 naar 4% in 2017/18. Dit percentage is gelijk gebleven tot en met 2021/22. Ter vergelijking, het percentage jongens dat een bètatechnisch profiel koos binnen vmbo-bb, daalde van 44% naar 37% in 2019/20. Het laatste jaar is het percentage weer iets toegenomen naar 38%. Binnen vmbo-kb is het aandeel meisjes dat kiest voor de bètatechniek gestegen van 4% in 2011/12 naar 6% in 2021/22. Bij jongens daalde het percentage van 40% in 2011/12 naar 36% in 2019/20. Vervolgens steeg het naar 38% in 2021/21 en in 2021/2022 is het aandeel 37%.

Lees meer

Binnen de basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb) is het aantal leerlingen dat in het derde leerjaar kiest voor een bètatechnische richting afgenomen van 5.848 in 2011/12 naar 3.634 in 2021/22. Deze afname heeft te maken met zowel een afname van het totaal aantal leerlingen in vmbo-bb als met een (iets) lager aandeel leerlingen dat kiest voor de bètatechniek. Het totale aantal leerlingen in het derde leerjaar (alle profielen) van vmbo-bb daalde van 22.689 in 2011/12 tot 15.262 in 2021/22. Deze daling in het totale aantal leerlingen heeft met name te maken met opwaartse druk: leerlingen kiezen vaker voor een hoger onderwijsniveau.Wel moet worden opgemerkt dat het aantal meisjes in een bètatechnisch profiel in die periode juist is toegenomen van 235 naar 271 (jongens: afname van 5.613 naar 3.363).

Het absolute aantal leerlingen binnen de kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb) dat kiest voor een bètatechnische profiel is afgenomen van 6.527 in 2011/12 naar 6.131 in 2021/22. Hierbij is geen sprake van lagere totaal aantallen; afname is te wijten aan een lager aandeel dat kiest voor een bètatechnisch profiel. Het aantal meisjes binnen vmbo-kb met een bètatechnisch profiel is tussen 2011/12 en 2021/22 wel toegenomen van 476 naar 737 (jongens: afname van 6.051 naar 5.394).

De gemengde leerweg (vmbo-gl) laat een stijging zien in het aantal leerlingen dat kiest voor een bètatechnische richting. Het aantal leerlingen in het derde leerjaar is gestegen van 1.626 in 2011/12 naar 1.742 in 2021/22. Het aantal meisjes dat deze richting kiest, is na een afname van 527 in 2013/14 tot 291 in 2017/218 daarna weer aan het stijgen. Met name vanaf 2019/20 vindt een stijging plaats, van 295 (2019/20) naar 433 in 2021/2022. Bij jongens is er ook een lichte stijging de laatste twee jaar. Het aantal jongens was in 2019/20 1.157, in 2021/2022 is het 1.309.

1. Berekend vanuit DUO-data. Het 3e leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg is afgelopen tien jaar met 33% gekrompen; de kaderberoepsgerichte leerweg met 0,1%; de gemengde leerweg en theoretische leerweg met 5%. Havo en vwo (4e leerjaar) zijn daarentegen gegroeid; havo met 10% en vwo met 2%.

Lees meer

Het aandeel gediplomeerden met een natuur- en scheikundeprofiel (NaSk) heeft de laatste tien jaren enigszins geschommeld binnen de gemengde (vmbo-gl) en theoretische (vmbo-tl) leerweg. Binnen vmbo-gl daalde het aandeel van 38% in 2010/11 naar 34% in 2012/13 en steeg vervolgens tot 41% in 2018/19. De laatste twee jaar is er sprake van een daling. In 2020/21 is het aandeel 36%. Binnen vmbo-tl daalde het aandeel licht van 37% in 2010/11 naar 36% in 2011/12. Daarna nam het aandeel toe tot 41% in 2015/16. Dit percentage is een aantal jaren gelijk gebleven. Vanaf 2018/19 is er echter sprake van een daling. Op dit moment is het aandeel 38%.

Het aandeel meisjes in de gemengde leerweg met een diploma met NaSk in het vakkenpakket steeg van 2012/13 tot aan 2018/19 van 18% naar 25%. De laatste twee jaar is er sprake van een daling. Het aandeel is daar nu (2020/21) 22%. De laatste twee jaar is bij de jongens in de gemengde leerweg eveneens sprake van een daling. Was het aandeel in 2018/219 nog 58%, in 2020/21 is het aandeel NaSk-gediplomeerden 51%.

In vmbo-tl vond tot 2017/2018 een flinke groei plaats en steeg het percentage meisjes dat een technisch diploma ontving van 21% in 2010/11 naar 29% in 2016/17. De laatste drie jaar is het aandeel weer dalende. In 2020/21 is dit 27%. Ook bij jongens is het aandeel dalende. Diplomeerde in 2015/16 nog 54% van de jongens met NaSk, in 2020/21 is dit 47%.

Lees meer

Het aantal gediplomeerden bètatechniek (NaSk) binnen vmbo-gl was afgelopen tien jaar redelijk stabiel en kende een schommeling in de vorm van een lichte daling en vervolgens een stijging. In vmbo-gl steeg over het geheel genomen het aantal NaSk-gediplomeerden van 2.247 in 2010/11 tot 2.717 in 2019/20. Het afgelopen jaar (2020/21) is er met 2.507, sprake van een lichte daling.

Het aantal gediplomeerden bètatechniek (NaSk) binnen vmbo-tl schommelde laatste jaren sterker, net als het relatieve aandeel. Binnen vmbo-tl waren er 14.886 NaSk-gediplomeerden in 2010/11. Dit daalde in 2011/2012 tot 14.235. Vervolgens steeg het tot 19.652 in 2015/16. Ten opzichte van 2019/20 is het aantal flink gedaald, respectievelijk van 18.466 naar 16.164 in 2020/21.

Het aantal meisjes met een bètatechnisch diploma vertoont, na een aantal jaren toename nu een daling. Bij vmbo-gl van 860 in 2019/2020 naar 813 in 2020/2021. Dit zelfde beeld is te zien bij vmbo-gl en vmbo-tl. In 2019/2020 was het aantal respectievelijk 7.544 en 6.684, in 2020/21 is dit 6.545 en 5.732. Ook het aantal jongens met een bètatechnisch diploma is ten opzichte van het jaar ervoor dalende. Bij vmbo-gl was het aantal in 2019/20 1.857, in 2020/21 is dit 1.694. Bij vmbo-gl ging het aantal van 1.369 in 2019/20 naar 12.126 in 2020/21 en bij vmbo-tl ging het van 11.782 in 2019/20 naar 10.432 in 2020/21.

Lees meer

Van de leerlingen in het vmbo, over alle leerwegen gezien, kiest 29%1 voor een bètatechnische vervolgopleiding in het mbo, bij de gediplomeerden tien jaar ervoor was dit aandeel hetzelfde. Tussen de leerwegen zijn wel verschillen op te merken.

Binnen de theoretische leerweg (vmbo-tl) is het percentage leerlingen dat kiest voor een vervolgopleiding in de bètatechniek lager dan onder leerlingen binnen vmbo-bb/-kb/-gl. Het aandeel daalde daar ook nog eens licht van 28% in 2017/18 naar 26% in 2020/21. Binnen vmbo-gl is een vergelijkbare daling zichtbaar, van 31% in 2015/16 naar 29% in 2020/21. Bij vmbo-kb gaat het om een stijging van 30% in 2013/14 naar 32% (2015/16) en vervolgens lichte schommelingen om uit te komen op 32% in 2020/21. Binnen vmbo-bb is daalde het aandeel tussen 2010/11 (33%) en 2012/13 (31%), om vervolgens geleidelijk toe te nemen tot 33% in 2020/21.

In het filter "profiel" is te zien hoe groot de relatieve doorstroom per profiel is. Vanuit bètatechnische profielen is deze doorstroom relatief groot. Bij Bouwen, wonen en interieur is dit 74%, Maritiem en techniek 51%, Media, vormgeving en ICT 62%, Mobiliteit en transport 79% en Produceren, installeren en energie 82%.

Meisjes stromen minder vaak door naar een bètatechnische mbo-studie (9%) dan jongens (48%). Jongens stromen vanuit vmbo-bb/kb/-gl relatief vaak door naar bètatechnisch mbo (51% tot 53%). Vanuit vmbo-tl kiest een lager aandeel jongens hiervoor (41%). Meisjes kiezen vanuit alle vmbo-leerwegen minder vaak voor bètatechnisch mbo dan jongens; 5% vanuit vmbo-bb, 8% vanuit vmbo-kb en 10% vanuit vmbo-tl en vmbo-gl.

1. Bij het berekenen van deze percentages is uitgegaan van gediplomeerden die niet doorstromen naar havo en direct doorstromen naar het mbo.

Lees meer

Meer Monitor Techniekpact onderdelen

vmbo profielkeuze en doorstroom naar mbo
havo/vwo profielkeuze en doorstroom naar ho
mbo instroom en gediplomeerden
ho instroom en gediplomeerden
leraren
arbeidsvraag en -tekorten
kenmerken technische arbeidsmarkt
Publicaties