Home

kiezen voor techniek // Nieuwsbrief // Oost // PO/VO

Niet meedoen is geen optie

De provincie Gelderland heeft zich gecommitteerd aan de doelstelling om álle leerlingen in het primair onderwijs met wetenschap & technologie (W&T) in aanraking te brengen. Het Kenniscentrum Wetenschap en Techniek Gelderland (KWTG) zet zich als één van de acht landelijke regio’s hier ook voor in. Brigitte Willemsen van de provincie Gelderland en Sylvia Veltmaat CVB van scholengemeenschap DeBasisFluvius en lid van de KWTG-regiegroep vertellen over het belang van W&T in het primair onderwijs en de rol van de provincie Gelderland hierin.


Foto: TechniekBeeldbank.nu

Brigitte Willemsen vertelt: ‘Onderzoek heeft uitgewezen dat je bijna niet vroeg genoeg kunt beginnen met het interesseren van kinderen voor techniek. Al vanaf een jaar of 8 ontwikkelen ze een duidelijke voorkeur voor een richting. Het is heel belangrijk dat je er dus vroeg bij bent. Op een gefundeerde en structurele manier. Iets incidenteels, een keer naar een techniekbeurs of iets met science doen, heeft nauwelijks effect.’ Sylvia Veltmaat is het hier roerend mee eens. ‘Iedere school doet wel iets met techniek. Maar om het echt te laten beklijven, is structurele aandacht nodig. Bij het KWTG delen we scholen op in vier typen op basis van de aandacht voor techniek. De incidentele aandacht is type A. Via B en C komen we dan bij D; de voorlopers. Als ik kijk naar onze regio dan zie je dat ruwweg 20% type A is en 20% type D. Het merendeel, 60% dus, zit daar ergens tussenin.’

Continuïteit en commitment

De continue aandacht voor techniek is een essentieel onderdeel van de Gelderse aanpak. Willemsen: ‘Wij ondersteunen allerlei regionale initiatieven. Maar altijd met twee uitgangspunten: een project moet allereerst een continu karakter hebben. Het moet ook levensvatbaar zijn, als de eventuele subsidie is afgelopen. De tweede pijler is betrokkenheid vanuit het bedrijfsleven: het werkt alleen als het bedrijfsleven een zichtbare rol speelt.’ Veltmaat is het ook hiermee eens: ‘Om met dat laatste te beginnen. Er gebeurt al heel veel maar vaak niet in verbinding met scholen en opleidingen. De provincie heeft het netwerk om voor de verbinding tussen de ‘o’s’ te zorgen. Maar scholen mogen hun deuren ook zelf verder openzetten om meer kennis en kunde naar binnen te halen en zelf meer naar buiten te gaan. En dat hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn: je kunt gewoon in je eigen wijk of dorp kijken, techniek en technologie is nooit ver weg. Bij de bakker of de huisarts om de hoek kun je ze ook in de praktijk zien.’

Kerndoelen

Veltmaat gaat verder. ‘Om een succes te maken van W&T in het primair onderwijs heb je een gedragen visie nodig. Succes bereik je niet doordat een enkele leerkracht eraan trekt. Het moet onderdeel zijn van de hele school, van groep 1 t/m 8.’ Wat zegt Veltmaat tegen leerkrachten die bang zijn voor nóg mee taken op hun bordje? ‘Ik vind dat je duidelijk moet zijn. Aandacht voor W&T is simpelweg een taak van de school. Een aantal van de kerndoelen van het primair onderwijs haal je niet zonder genoeg aandacht ervoor: iedere school móet ermee aan de slag. Niet alle scholen hoeven een W&T-profiel te hebben, daar mag verschil in zitten. Maar het vak teruggeven aan de leerkracht, waar het in het onderwijs de laatste jaren veel overgaat, betekent écht kijken naar de kerndoelen. Je kunt je tijd maar één keer besteden je moet dus ook kijken naar wat je niet meer doet.’

Kwaliteit en Kwantiteit

Willemsen wijst op het verschil tussen kwantiteit en kwaliteit in het techniekaanbod op scholen. ‘De doelstelling dat in 2020 iedere basisschool aandacht voor techniek heeft is heel mooi. Maar de doelstelling zegt nog niets over de kwaliteit van die aandacht. Dat is vaak ook lastig voor scholen. Het aanbod aan pakketten en projecten is zo groot dat ze door de bomen het bos niet zien. Voor scholen moet daarom helder zijn wat het resultaat is; wat een leerling eraan heeft.’ Voor Willemsen is gedegen onderzoek noodzakelijk om die vraag te beantwoorden. ‘De provincie Gelderland verstrekt regelmatig onderzoeksopdrachten om de resultaten van onze inspanningen te evalueren. Recent hebben we bijvoorbeeld onderzoek laten doen naar het effect van technieklokalen. Op dit onderdeel, W&T in het primair onderwijs, hebben we vooral behoefte aan een impactmeting: hoe verandert de attitude van een kind na de aanraking met techniek. Dat laten we nu in kaart brengen in twee onderzoeken, waarbij we binnen één onderzoek samenwerken met PBT. We zorgen daarmee dat we iets in handen krijgen waarmee we uitspraken over impact en effect doen.’

Werken vanuit vragen

Tot slot Sylvia Veltmaat: ‘Ik heb gemerkt dat het bij het onderwerp W&T in het primair onderwijs ontzettend belangrijk is om vanuit vragen van scholen (en de leerkrachten en kinderen) te werken. Doordat scholen daarover nadenken worden ze nieuwsgierig. Dat stimuleert ze om van A naar B of C te komen, zoals ik al zei hoeft niet iedereen bij D uit te komen en een voorloper te zijn. Maar niet meedoen, geen structurele aandacht besteden aan W&T in je onderwijs is geen optie. De samenleving heeft het nodig en je doet je leerlingen tekort omdat je hun talenten op dit gebied niet ontwikkeld.’