Home

algemeen // Nieuwsbrief

RINDA DEN BESTEN: OP ONTDEKKINGSREIS NAAR DE TOEKOMST

“Techniek is een belangrijk middel voor de leerlingen in het primair onderwijs om hun nieuwsgierigheid te voeden en te bevredigen. Daar kan het Techniekpact bij helpen.” Rinda den Besten is voorzitter van de PO-Raad, de sectororganisatie van het primair onderwijs. Ze benadrukt dat techniek en het Techniekpact geen doelen op zich zijn. “Het Techniekpact is belangrijk, omdat het leerlingen kan helpen bij hun ontwikkeling. Want dat is het enige doel dat telt in het onderwijs: de optimale ontwikkeling van alle leerlingen.”

Wereld van morgen
De PO-Raad heeft in 2014 een eigen beleidsagenda voor het primair onderwijs uitgegeven. Deze beleidsagenda geeft een focus aan de sector voor de ontwikkelingen naar de toekomst. Rinda den Besten: “In de Beleidsagenda hebben we de leerling centraal gezet. Bij alles wat we doen, willen we ons afvragen: wat heeft de leerling hier aan? Hoe helpt dit de leerlingen om zich beter, fijner of gemakkelijker te kunnen ontwikkelen naar de toekomst? Een complicerend aspect daarbij is dat we die toekomst helemaal niet kennen. Wat moeten de leerlingen nu leren om straks als volwaardige burgers te kunnen meedoen in de samenleving? Wat hebben zij nu nodig voor de arbeidsmarkt van de toekomst? De geschiedenis leert dat 60 procent van de beste banen voor de komende tien jaar nu nog niet eens bestaan. Waarschijnlijk wil iedereen straks ruimtereisleider worden, maar misschien kun je dan veel meer geld verdienen als privacydeskundige! En het onderwijs moet deze leerlingen klaarstomen voor de wereld van morgen.”

#Onderwijs2032
Om het onderwijs beter in te richten op die wereld van morgen heeft de PO-Raad aangedrongen op een herijking van de kerndoelen. Den Besten: “De huidige kerndoelen stammen uit 2006 en zijn aan vernieuwing toe. Ze moeten meer richting geven aan scholen en moeten vooral beter aansluiten bij de toekomstige wereld van de leerlingen. We laten een belangrijke kans liggen als we leerlingen klaarstomen voor de dag van gisteren.” Het platform #Onderwijs2032 is met die opdracht aan de slag gegaan. Den Besten: “Met de kerndoelen van het onderwijs moeten we de leerlingen stimuleren om zelf een ontdekkingsreis te maken naar hun toekomst.”

“Ik denk dat we minder in vakken moeten denken. Hoewel rekenen, taal en wereldoriëntatie heel belangrijk zijn, zijn het geen doelen op zich. Het doel is de ontwikkeling van de leerling”, aldus Den Besten. “We kunnen daarbij het hoofd, het lijf en het hart onderscheiden. Met het hoofd bedoel ik de cognitieve basiskennis die we nodig hebben om verder te leren en te werken. Het lijf en de zintuigen gaan over de maatschappelijke toerusting van leerlingen, hun sociaal-emotionele ontwikkeling, hun ontwikkeling tot democratisch burger, et cetera. In het hart vinden we de intrinsieke nieuwsgierigheid van leerlingen, hun creativiteit, probleem oplossend vermogen en zelfontplooiing. Op een of ander manier zijn we in Nederland geneigd om dat hart het minste te stimuleren. Maar daar speelt het Techniekpact een rol.”

Jonge kind
De voorzitter van de PO-Raad ziet dat de aandacht voor techniek de afgelopen jaren al geholpen heeft. “Het belang van de technische vaardigheden staat duidelijk op de agenda. Maar binnen het Techniekpact ging de aandacht nog te weinig naar het primair onderwijs. Ik vind dat we bij het jonge kind moeten beginnen. Uit onderzoek blijkt dat als je kinderen op jonge leeftijd in contact brengt met techniek, dit een positieve invloed heeft op hun toekomstige beroepskeuze. We moeten vroeg beginnen om leerlingen uit te dagen om vaardigheden als creativiteit, ondernemingszin, probleemoplossend vermogen, samenwerking, initiatief, leiderschap en ICT-competenties te ontwikkelen. Voor de leerlingen werkt het het beste als we dit integreren en gebruik maken van hun intrinsieke nieuwsgierigheid. Gelukkig zien we daar veel goede voorbeelden van.”

“Voor scholen is het belangrijk dat ze gebruik kunnen maken van de beschikbare kennis en informatie”, zegt Den Besten. “We moeten nadenken hoe we die structureel toegankelijk kunnen maken op een manier die aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de scholen. Wellicht kan het Techniekpact daarbij een rol spelen. Scholen zien zoveel op zich afkomen dat ze daar alle hulp bij kunnen gebruiken. Het belangrijkste is dat alle betrokkenen optimaal samenwerken aan een maximale brede ontwikkeling van leerlingen en hun vaardigheden voor de wereld van morgen.”